vrijdag 13 november 2009

Uitgeblust naar de pampa's

Jeroen Theunissen, Een vorm van vermoeidheid (Meulenhoff/Manteau, 2008).

Samen met Ruth Lasters is Jeroen Theunissen overmorgen te gast in het Kortrijkse Penhuis. De hoofdpersoon van diens nieuwste roman Een vorm van vermoeidheid behoort tot een jonge generatie die een uitermate comfortabel leventje leidt. De vierendertigjarige Horacio Gnade heeft toch allerminst reden om ontevreden te zijn: hij vervult een mooie functie aan de universiteit, is getrouwd met een gevestigde dermatoloog met wie hij een lieftallige dochter van acht heeft, Susana, en een prettig appartement bewoont.

Maar dit is slechts de uitgangssituatie. Als in een omgekeerde bildungsroman schetst Theunissen hoe bij dit eigentijdse personage de onrust toeslaat. De normaliteit van zijn bestaan is tot een beklemming verworden:

“Kan hij concluderen dat normaliteit het vermogen van de mens is om afgericht te worden? Om de wildheid op te geven en getemd te worden? Zich laten africhten heeft hij zeker en nooit – uiteraard nooit – heeft hij geprobeerd om uit te breken, omdat uitbreken zijns inziens belachelijk, gênant en onmogelijk is.”
In introspectieve passages als deze verwoordt Theunissen het merkwaardige gevoel van onbehagen dat deze man beheerst. Het blijft echter niet bij zulke overpeinzingen: in het tweede deel van de roman ‘breekt’ Horacio toch daadwerkelijk uit zijn burgelijke, vertrouwde cocon. Hij verlaat zijn gezin en gaat reizen, van zijn woonplaats Tübingen via Parijs naar Patagonië.

De roman wordt vanaf hier een soort road movie die Horacio en de lezer meevoert naar een onbekende bestemming. Zonder enige compassie, eerder ironisch, registreert Theunissen Horacio’s doelloze vluchtgedrag. Rationeel valt het niet te begrijpen: hij maakt zijn gezin kapot en leeft enkel nog naar het einde van zijn spaargeld toe. Het levert een even intens als bevreemdend portret op van deze moderne mens.

Labels: , ,

dinsdag 10 november 2009

Taalorigami

Ruth Lasters, Vouwplannen (Meulenhoff/Manteau, 2007).

Zondag 15 november a.s. is Ruth Lasters een van de centrale gasten in Het Penhuis (Kortrijk). "Woorden moeten niet later iets willen worden", lezen we in Vouwplannen. Evenmin als kinderen een welbepaalde toekomst voor zich zouden moeten zien blijven woorden het beste dromen, zonder vaste betekenis of bestemming. Deze opvatting is typerend voor het taalgebruik in alle 39 gedichten uit Lasters' debuutbundel.

Het gaat de dichteres vooreerst om de taal zelf, de vorm en klank van de woorden, en wat deze vermogen op te roepen, en niet zozeer om een definitief begrip ervan dat slechts beperkend werkt:

Ga voor een winkelrek met garen staan en beeld je in
het grijze is: alles wat je ooit gezegd hebt en gehoord, borduurbaar op het netvlies van
wie ook je wil dwingen tot te werkelijk begrijpen.
Het afwikkelen van de 'garen' waaruit de taal bestaat moet, anders dan de draad van Ariadne, de dichteres niet de weg uit het labyrint. In overeenstemming met titels als 'Doorgang', 'Scheur' en 'Trap' verschaffen woorden haar integendeel telkens weer nieuwe sluiproutes en kronkelpaden. Zo leidt ze de lezer naar nog onbetreden imaginaire plaatsen, bijvoorbeeld naar die kamer die "voor mens ergens [zou] moeten groeien: één millimeter nieuwe ruimte / als rente voor elk waardevol voorbij moment."

Niet alleen de fragmentarische opbouw van de gedichten en de suggestieve weglatingen maar ook de originele, vaak wat absurde en toch altijd concrete beelden van Lasters nodigen de lezer ertoe uit geijkte denkpatronen los te laten: appels worden opeengestapeld in het lichaam van de geliefde, een traptrede fungeert als spatiebalk annex springplank, er zijn badkamers met kunstgras tussen de tegels enz. In deze bundel kan het allemaal omdat de spreker wil geloven in de vouwbaarheid van taal en werkelijkheid: "onmogelijk / en mogelijk grenzen soms zo dicht aan mekaar, dat het slechts kwestie schijnt van even opnieuw / onderhandelen." En wie hier schade van mocht ondervinden weet waarheen hij of zij zich moet wenden, want "Mogelijke gevolgen zijn volstrekt verhaalbaar op / de dichter."

Labels: , ,

vrijdag 9 oktober 2009

Cultuurmens op safari

Aanstaande zondag 11 oktober is de Nederlandse dichter des vaderlands en voormalig stadsdichter van Antwerpen Ramsey Nasr te gast in het Kortrijkse Penhuis. Na Onze-lieve-vrouwe-zeppelin, een bundel over de Scheldestad, op dit weblog een tweede voorproefje, ditmaal over de Afrikaanse savanne.

Eind 2008 werd op Canvas de vijfdelige documentaire ‘Wildcard: Tanzania’ uitgezonden. Leidraad voor deze documentaire, waarin Ramsey Nasr een groep Vlaamse biologiestudenten op expeditie in het Oost-Afrikaanse land volgde, was het dagboek dat de auteur onderweg bijhield, Homo safaricus (De Bezige Bij, 2008). Dit dagboek laat zien hoe een echt cultuurmens, die drie jaar eerder nog stadsdichter was, zijn eerste schrandere stappen zet in de ‘wilde natuur’.

Over zichzelf als stedeling, die zijn brood verdient met theater en de literatuur, schrijft Nasr schertsend: ‘hij leeft in een bakstenen biotoop en kan nog geen tortelduif van een stadsmus onderscheiden.’ Toch accepteert hij doodgemoedereerd de uitnodiging om de Tanzaniaanse savannes, regenwouden en koraalriffen te verkennen.

Aan het begin van de reis voelt Nasr zich nog de onhandige vogel, en een sta-in-de-weg voor studenten die insecten en ratten moeten vangen en daar onderzoek naar doen. Ironisch becommentarieert hij zijn eigen gedrag en het onnozele figuur dat hij vreest te slaan. Zo slaagt hij erin zijn tent precies op de looproute te plaatsen. Ach, waarom zou dat gevaarlijk zijn, het is toch gezellig als ‘de hippo’s’ even langs komen snuffelen?

Nasrs dagboek levert echter meer op dan komische situaties. Het omvat ook reflecties over cultuur en natuur. Staan die twee wel lijnrecht tegenover elkaar, zoals zo vaak beweerd wordt? In hoeverre is natuur nog echte natuur, als de mens erin ingrijpt, juist met het doel deze te beschermen? En zijn menselijke kunstwerken in feite niet een flauw aftreksel van de creativiteit die de grote variëteit aan flora en fauna tentoonspreidt?

Onverminderd laconiek, maar ook met respect en bewondering voor het rijk der dieren en planten, toont Nasr wat een safari bij een literator teweegbrengt.

Labels: ,

maandag 5 oktober 2009

Met de kathedraal de lucht in

A.s. zondag 11 oktober is de Nederlandse dichter des vaderlands en voormalig stadsdichter van Antwerpen Ramsey Nasr te gast in het Kortrijkse Penhuis. Hier alvast een eerste voorproefje.

"Letters zijn geen prooien, maar roofdieren.", stelt Ramsey Nasr in zijn Onze-lieve-vrouwe-zeppelin. Antwerpse gedichten. Deze metafoor is meer dan een lokale kwinkslag naar de Zoo, want hij zegt ook veel over de literatuuropvatting van de auteur. Zonder hooggespannen idealen als 'poëzie voor het volk' na te jagen probeert hij immers mensen onverhoeds te raken of te overrompelen. Met name "clementine, thérèseke, onze frans / (.) de swa, de mil, de neus, onze rudy moustache" uit het openingsgedicht 'Stadsplant' die naar eigen zeggen "allerbangst hadden" van die dichter die "kansloos [wil] paren met onze stad", blijken zijn geliefkoosde slachtoffers.

Onze-lieve-vrouwe-zeppelin die behalve negen stadsgedichten, de geschiedenis van de zeppelin in verzen (ontstaan in het kader van Antwerpen Wereldboekenstad), ook een uitgebreide toelichting per gedicht bevat, brengt dan ook verslag uit van een bijzonder succesvol stadsdichterschap. Hoewel Nasr er zelf aan twijfelde als 'Nederpalestijn' iets voor de stad te kunnen betekenen, werd zijn werk door de Antwerpenaren steevast enthousiast onthaald. Zijn speelse parlandostijl, doorspekt met geestige observaties en plaatselijk dialect, heeft hier ongetwijfeld het nodige toe bijgedragen. Uit deze gedichten spreekt de verbondenheid van de dichter met de geschiedenis van de Scheldestad, met haar gebouwen (de kathedraal, de Permekebibliotheek), haar uiteenlopende buurten (de Joodse wijk, de Seefhoek), haar grote kunstenaars (Wannes, Paul van Ostaijen) en haar multiculturele bevolking.

Maar deze liefde voor Antwerpen weerhoudt Nasr er evenmin van de kansarmen in de straten te ontwaren of de huisjesmelkerij aan te kaarten, bijvoorbeeld in 'Het huis van honing en melk': "de vrouw op het statige zuid bestaat niet. (...) in deze straat ligt het stiltegebied van de woondienst, een gat gevuld met kamers." Zoals de spreker in het openingsgedicht 'de swa' en consorten meeneemt voor een vluchtje over de stad in de tot zeppelin omgevormde kathedraal, laat deze poëzie Antwerpen dan ook van alle mogelijke, onverwachte kanten zien.

Labels: , ,

donderdag 17 september 2009

De Cubaanse revolutie toen en nu

Onder deze titel vindt vanavond in De Balie (Amsterdam) een debat plaats tussen drie Cuba-specialisten. Simon Reid-Henry (economisch geograaf), Maarten Steenmeijer (hoogleraar Spaanstalige letterkunde) en Edwin Koopman (Latijns-Amerikacorrespondent) gaan na hoe het anno nu gesteld is met de droom van Fidel en Che. Het programma vangt aan om 19.30.

Labels: ,