De wereldlozen
De Spaanse filosoof José Ortega y Gasset heeft in de eerste decennia van de twintigste eeuw herhaaldelijk betoogd dat onze actuele kennis niet langer bij machte is de 'chaos' als één coherent betekenisvol geheel of 'wereld' inzichtelijk te maken. Daarvoor zijn de natuur- en geesteswetenschappen al te zeer gespecialiseerd in disciplines en subdisciplines, en missen ze bovendien zowel een gedeeld uitgangspunt als een gezamenlijk oogmerk. Wat ons nog rest zijn talloze perspectieven die op zich ieder hun bijbehorende 'wereld' organiseren. Lees verder. Bijvoorbeeld, een macro-econoom zal de huidige financiële crisis geheel anders interpreteren dan een cultuurhistoricus of psycholoog, daar niet alleen hun methodologie verschilt maar ook het eigenlijke feitenmateriaal dat ze relevant achten evenals de soort oplossing die zij beogen uit te werken. Natuurlijk gebeurt er wel veel interdisciplinair onderzoek en wordt wel vaak getracht een consensus te bereiken of kruisbestuiving tussen de vakgebieden te bevorderen.
Mij is het echter hier om te doen dat Ortega's metafoor van het grote aantal perspectieven treffend de typisch moderne ervaring uitdrukt geen totaalbeeld van de ons omringende werkelijkheid te kunnen verwerven. Virginia Woolfs roman Mrs. Dalloway demonstreert dit principe heel mooi in de strikt zintuiglijke betekenis van individuele gezichts- of gehoorpunten die naast elkaar bestaan zonder op enig moment samen te vallen.
Binnen één persoon kunnen zich evenwel ook meerdere onverenigbare perspectieven aandienen en zelfs tot autonome alter ego's uitgroeien, zoals in het geval van Fernando Pessoa waar ze niet alleen een eigen naam krijgen toegewezen maar ook een kenmerkende levensvisie en stijl: de met technologische vernieuwingen dwepende futurist Álvaro de Campos, de stoïcijn en anti-intellectueel Ricardo Reis, de dromerige romanticus Bernardo Soares, etcetera. Of denken we maar aan dat kortverhaal van Jorge Luis Borges waarin hij zijn jongere zelf ontmoet of aan John Banvilles Schijngestalte waarin een succesvolle literatuurwetenschapper een nieuwe biografie construeert om zijn vroegere ik achter te verbergen.
Soms wortelen de met elkaar geconfronteerde standpunten ook in uiteenlopende tijden en culturen, zoals in Le Clézio's Omwentelingen of Melaniia Mazzucco's Vita. Beide zijn het familiegeschiedenissen waarvan de door jaren en ruimte gescheiden protagonisten steeds 'hetzelfde' verhaal op hun manier presenteren.
Enerzijds schijnen deze literaire voorbeelden ver af te liggen van waar Ortega oorspronkelijk op doelde, maar anderzijds geloof ik dat ze elk op zich ook manifestaties zijn van het gebrek aan een collectief gedragen wereldbeschouwing. Het is geen toeval dat ik met twee hedendaagse teksten afrond, want wellicht zijn we vandaag nog 'wereldlozer' dan de meest kritische modernisten. Gelukkig beschikken we op dit blog wel over een afdoende tegengif: het perspectief dat de literatuur ons verschaft.
Labels: identiteit, waarneming
Als er één personage uit de wereldliteratuur de American dream belichaamt, dan moet dat zonder twijfel 'the great Gatsby' zijn uit F. Scott Fitzgeralds gelijknamige roman (1925). Door tal van toevalligheden maar ook door rotklusjes voor de juiste mensen op te knappen, heeft deze arme sloeber uit een achterlijk gehucht op de oevers van Lake Superior zich weten op te werken tot een vermogende zakenman die in zijn majestueuze villa, in West Egg, wekelijks partijen geeft voor de New Yorkse high society. Op dat moment heeft James Gatz reeds lang zijn naam veranderd in het veel joyeuzere Jay Gatsby, zich een nieuwe biografie aangemeten en zijn ouders doodverklaard:
In het post-Einsteinuniversum bestaat geen enkelvoudige kosmische tijd, maar is elk lichaam dat door een cyclus gaat een klok die zijn eigen tijd creëert. Het statuut van klok komt bijgevolg behalve onze planeet, ook iedere plant, dier of mens toe.
Behalve de passagier die onze blik op de oorsprong van het leven zou veranderen vervoerde het schip namelijk ook vier Vuurlanders, leden van de Yamani-stam, die enkele jaren voordien naar Engeland waren meegenomen om 'beschaafd' te worden. Gekerstend en wel werden ze nu door de Beagle terug thuis gebracht, opdat ze er voortaan het 'goede' voorbeeld konden stellen. Dit vergeten verhaal en ook het navrante vervolg ervan heeft de Brits-Argentijnse Sylvia Iparraguirre verwerkt tot haar boeiende historische roman Vuurland (De Geus, 2001).
Ignacio Padilla, Amphitryon (Amsterdam: De Bezige Bij, 2002).
Maxine Hong Kingston, De krijgsheldin (Amsterdam: Elsevier Manteau, 1980).
Juan Goytisolo, De identiteit (Amsterdam: Meulenhoff: 1985).
Mircea Cartarescu, Travestie (Amsterdam: Meulenhoff, 1996).
John Banville, Schijngestalte (Amsterdam: Atlas, 2005).