Kijken over sociale grenzen heen
Als er iemand ons idee van de moderne stad heeft bepaald, dan is het baron Haussmann wel die medio negentiende eeuw Parijs drastisch renoveerde. De sterk verouderde infrastructuur met zijn nauwe ongeplaveide steegjes, rondslingerend vuil en uitdijende sloppenwijken was ook dringend toe aan een schoonmaakbeurt om de toevloed aan gelukszoekers van het platteland en goederen nog enigszins te kunnen bolwerken. Straten werden verhard en van trottoirs voorzien; men legde rioleringen aan en er verschenen vuilnisbakken in het straatbeeld; straten kregen voor het eerst een vaste naam en huizen een nummer, zodat de woonplaats van iedere burger voortaan centraal geregistreerd kon worden. Haussmanns beroemdste innovatie waren evenwel de brede boulevards die de hele stad doorsneden, verloederde buurten openbraken en een snellere circulatie van mensen en verkeer garandeerden. De economische activiteit nam hierdoor nog toe: winkeltjes, voorlopers van onze warenhuizen, restaurants en kroegen vestigden zich langs deze grote verkeersassen om zoveel klanten aan te trekken.
Deze grootschalige facelift van de Franse hoofdstad bracht echter ook een nieuw soort sociale conflicten teweeg. Dit blijkt onder meer uit het kortverhaal 'Les yeux des pauvres' uit Baudelaires Le spleen de Paris (1869). Een man vertelt hoe hij samen met zijn geliefde op de hoek van een pas voltooide boulevard een al even gloednieuw café had uitgezocht, met een interieur om bij weg te dromen, toen dit romantische onderonsje plots werd verstoord door een armetierige vader en zijn twee kleine kinderen die hen vanaf de straat stonden aan te gapen:
"Les yeux du père disaient: 'Que c'est beau! que c'est beau! on dirait que tout l'or du pauvre monde est venu se porter sur ces murs.' - Les yeux du petit garçon: 'Que c'est beau! que c'est beau! mais c'est une maison où peuvent seuls entrer les gens qui ne sont pas comme nous.' - Quant aux yeux du plus petit, ils étaient trop fascinés pour exprimer autre chose qu'une joie stupide et profonde.De verregaande stadsvernieuwing heeft ervoor gezorgd dat de armere buitenwijken thans ook in directe verbinding met het centrum staan. Waren minder bemiddelde lieden voorheen gedwongen in hun afgesloten milieu te blijven, voortaan spelen confrontaties als deze tussen mensen uit verschillende sociale lagen zich dagelijks af in de publieke ruimte van winkelstraten, pleinen en cafés. Fysiek of verbaal geweld zijn hier niet aan de orde, maar het kruisen der blikken creëert een zinderend spanningsveld: de afgunst van de vader, de bewondering van de kinderen, de schaamte van de verteller en de wrevel van zijn beminde. Arm en rijk komen zodoende oog in oog te staan.
Les chansonniers disent que le plaisir rend l'âme bonne et amollit le coeur. La chanson avait raison ce soir-là, relativement à moi. Non seulement j'étais attendri par cette famille d'yeux, mais je me sentais un peu honteux de nos verres et de nos carafes, plus grands que notre soif. Je tournais mes regards vers les vôtres, cher amour, pour y lire ma pensée; je plongeais dans vos yeux si beaux et si bizarrement doux, dans vos yeux verts, habités par le Caprice et inspirés par la Lune, quand vous me dites: 'Ces gens-là me sont insupportables avec leurs yeux ouverts comme des portes cochères! Ne pourriez-vous pas prier le maître du café de les éloigner d'ici?'"
Labels: Frankrijk, Franse literatuur, Stadsleven
Virginia Woolf, Mrs. Dalloway (Amsterdam: De Bezige Bij, 1980).