Uitgeblust naar de pampa's
Samen met Ruth Lasters is Jeroen Theunissen overmorgen te gast in het Kortrijkse Penhuis. De hoofdpersoon van diens nieuwste roman Een vorm van vermoeidheid behoort tot een jonge generatie die een uitermate comfortabel leventje leidt. De vierendertigjarige Horacio Gnade heeft toch allerminst reden om ontevreden te zijn: hij vervult een mooie functie aan de universiteit, is getrouwd met een gevestigde dermatoloog met wie hij een lieftallige dochter van acht heeft, Susana, en een prettig appartement bewoont. Maar dit is slechts de uitgangssituatie. Als in een omgekeerde bildungsroman schetst Theunissen hoe bij dit eigentijdse personage de onrust toeslaat. De normaliteit van zijn bestaan is tot een beklemming verworden:
“Kan hij concluderen dat normaliteit het vermogen van de mens is om afgericht te worden? Om de wildheid op te geven en getemd te worden? Zich laten africhten heeft hij zeker en nooit – uiteraard nooit – heeft hij geprobeerd om uit te breken, omdat uitbreken zijns inziens belachelijk, gênant en onmogelijk is.”In introspectieve passages als deze verwoordt Theunissen het merkwaardige gevoel van onbehagen dat deze man beheerst. Het blijft echter niet bij zulke overpeinzingen: in het tweede deel van de roman ‘breekt’ Horacio toch daadwerkelijk uit zijn burgelijke, vertrouwde cocon. Hij verlaat zijn gezin en gaat reizen, van zijn woonplaats Tübingen via Parijs naar Patagonië.
De roman wordt vanaf hier een soort road movie die Horacio en de lezer meevoert naar een onbekende bestemming. Zonder enige compassie, eerder ironisch, registreert Theunissen Horacio’s doelloze vluchtgedrag. Rationeel valt het niet te begrijpen: hij maakt zijn gezin kapot en leeft enkel nog naar het einde van zijn spaargeld toe. Het levert een even intens als bevreemdend portret op van deze moderne mens.
Labels: Argentinië, Belgische literatuur, literaire activiteiten
Toen ik met het oog op deze bespreking van zijn roman Kosmos eens wat rudimentaire biografische gegevens over Witold Gombrowicz (1904-1969) ging verzamelen, bleek dat hij amper twee weken voor de Duitse invasie in Polen - op 1 september 1939 - naar Argentinië was vertrokken. Het uitbreken van de oorlog noopte hem er politiek asiel aan te vragen, wat als gevolg had dat hij uiteindelijk pas in 1963 naar Europa terug zou keren. Op zich was deze eigenaardige kronkel van het lot, waardoor de schrijver - wellicht zelf volkomen perplex - zijn bestaan een totaal onverwachte wending had zien nemen, op zich vermeldenswaard genoeg geweest. Dit verhaal bracht me echter nog een andere levensgeschiedenis in herinnering die wel een heel opvallende gelijkenis vertoonde met die van Gombrowicz.
Behalve de passagier die onze blik op de oorsprong van het leven zou veranderen vervoerde het schip namelijk ook vier Vuurlanders, leden van de Yamani-stam, die enkele jaren voordien naar Engeland waren meegenomen om 'beschaafd' te worden. Gekerstend en wel werden ze nu door de Beagle terug thuis gebracht, opdat ze er voortaan het 'goede' voorbeeld konden stellen. Dit vergeten verhaal en ook het navrante vervolg ervan heeft de Brits-Argentijnse Sylvia Iparraguirre verwerkt tot haar boeiende historische roman Vuurland (De Geus, 2001).
Hector Bianciotti, Ce que la nuit raconte au jour (Paris: Bernard Grasset, 1992).