dinsdag 24 november 2009

Kijken over sociale grenzen heen

Als er iemand ons idee van de moderne stad heeft bepaald, dan is het baron Haussmann wel die medio negentiende eeuw Parijs drastisch renoveerde. De sterk verouderde infrastructuur met zijn nauwe ongeplaveide steegjes, rondslingerend vuil en uitdijende sloppenwijken was ook dringend toe aan een schoonmaakbeurt om de toevloed aan gelukszoekers van het platteland en goederen nog enigszins te kunnen bolwerken.

Straten werden verhard en van trottoirs voorzien; men legde rioleringen aan en er verschenen vuilnisbakken in het straatbeeld; straten kregen voor het eerst een vaste naam en huizen een nummer, zodat de woonplaats van iedere burger voortaan centraal geregistreerd kon worden. Haussmanns beroemdste innovatie waren evenwel de brede boulevards die de hele stad doorsneden, verloederde buurten openbraken en een snellere circulatie van mensen en verkeer garandeerden. De economische activiteit nam hierdoor nog toe: winkeltjes, voorlopers van onze warenhuizen, restaurants en kroegen vestigden zich langs deze grote verkeersassen om zoveel klanten aan te trekken.

Deze grootschalige facelift van de Franse hoofdstad bracht echter ook een nieuw soort sociale conflicten teweeg. Dit blijkt onder meer uit het kortverhaal 'Les yeux des pauvres' uit Baudelaires Le spleen de Paris (1869). Een man vertelt hoe hij samen met zijn geliefde op de hoek van een pas voltooide boulevard een al even gloednieuw café had uitgezocht, met een interieur om bij weg te dromen, toen dit romantische onderonsje plots werd verstoord door een armetierige vader en zijn twee kleine kinderen die hen vanaf de straat stonden aan te gapen:

"Les yeux du père disaient: 'Que c'est beau! que c'est beau! on dirait que tout l'or du pauvre monde est venu se porter sur ces murs.' - Les yeux du petit garçon: 'Que c'est beau! que c'est beau! mais c'est une maison où peuvent seuls entrer les gens qui ne sont pas comme nous.' - Quant aux yeux du plus petit, ils étaient trop fascinés pour exprimer autre chose qu'une joie stupide et profonde.

Les chansonniers disent que le plaisir rend l'âme bonne et amollit le coeur. La chanson avait raison ce soir-là, relativement à moi. Non seulement j'étais attendri par cette famille d'yeux, mais je me sentais un peu honteux de nos verres et de nos carafes, plus grands que notre soif. Je tournais mes regards vers les vôtres, cher amour, pour y lire ma pensée; je plongeais dans vos yeux si beaux et si bizarrement doux, dans vos yeux verts, habités par le Caprice et inspirés par la Lune, quand vous me dites: 'Ces gens-là me sont insupportables avec leurs yeux ouverts comme des portes cochères! Ne pourriez-vous pas prier le maître du café de les éloigner d'ici?'"
De verregaande stadsvernieuwing heeft ervoor gezorgd dat de armere buitenwijken thans ook in directe verbinding met het centrum staan. Waren minder bemiddelde lieden voorheen gedwongen in hun afgesloten milieu te blijven, voortaan spelen confrontaties als deze tussen mensen uit verschillende sociale lagen zich dagelijks af in de publieke ruimte van winkelstraten, pleinen en cafés. Fysiek of verbaal geweld zijn hier niet aan de orde, maar het kruisen der blikken creëert een zinderend spanningsveld: de afgunst van de vader, de bewondering van de kinderen, de schaamte van de verteller en de wrevel van zijn beminde. Arm en rijk komen zodoende oog in oog te staan.

Labels: , ,

zondag 15 november 2009

The self-made man

Een huis in Great Neck (New York), dat model stond voor West Egg, in 1926Als er één personage uit de wereldliteratuur de American dream belichaamt, dan moet dat zonder twijfel 'the great Gatsby' zijn uit F. Scott Fitzgeralds gelijknamige roman (1925). Door tal van toevalligheden maar ook door rotklusjes voor de juiste mensen op te knappen, heeft deze arme sloeber uit een achterlijk gehucht op de oevers van Lake Superior zich weten op te werken tot een vermogende zakenman die in zijn majestueuze villa, in West Egg, wekelijks partijen geeft voor de New Yorkse high society. Op dat moment heeft James Gatz reeds lang zijn naam veranderd in het veel joyeuzere Jay Gatsby, zich een nieuwe biografie aangemeten en zijn ouders doodverklaard:

His parents were shiftless and unsuccessful farm people -—his imagination had never really accepted them as his parents at all. The truth was that Jay Gatsby of West Egg, Long Island, sprang from his Platonic conception of himself. He was a son of God – a phrase which, if it means anything, means just that—and he must be about His Father's business, the service of a vast, vulgar, and meretricious beauty.
So he invented just the sort of Jay Gatsby that a seventeen-year-old boy would be likely to invent, and to this conception he was faithful to the end.
Wat Gatsby evenwel eerder sympathiek dan koel berekenend en zelfs een tikkeltje tragisch maakt, is dat hijzelf heilig gelooft in deze creatie. Wanneer de verteller van dienst en Gastby's buurman, Nick Carraway, erachter komt dat zijn vriend zoveel glitter en succes tentoonspreidt om zijn verloren jeugdliefde Daisy terug te winnen, probeert deze hem nog wakker te schudden:

“I wouldn’t ask too much of her,” I ventured. “You can’t repeat the past.”
“Can’t repeat the past?” he cried incredulously. “Why of course you can!”
He looked around him wildly, as if the past were lurking here in the shadow of his house, just out of reach of his hand.
Gek genoeg vormt het huis in chateau-stijl ook zijn verleden, of tenminste, zijn gewilde verleden en zelfbeeld. Hij heeft zijn zelf als het ware veruitwendigd zodat, wanneer de droom ten langen leste uiteenspat, in zijn binnenste nog slechts een onleefbare leegte achterblijft...

Labels: , ,

vrijdag 13 november 2009

Uitgeblust naar de pampa's

Jeroen Theunissen, Een vorm van vermoeidheid (Meulenhoff/Manteau, 2008).

Samen met Ruth Lasters is Jeroen Theunissen overmorgen te gast in het Kortrijkse Penhuis. De hoofdpersoon van diens nieuwste roman Een vorm van vermoeidheid behoort tot een jonge generatie die een uitermate comfortabel leventje leidt. De vierendertigjarige Horacio Gnade heeft toch allerminst reden om ontevreden te zijn: hij vervult een mooie functie aan de universiteit, is getrouwd met een gevestigde dermatoloog met wie hij een lieftallige dochter van acht heeft, Susana, en een prettig appartement bewoont.

Maar dit is slechts de uitgangssituatie. Als in een omgekeerde bildungsroman schetst Theunissen hoe bij dit eigentijdse personage de onrust toeslaat. De normaliteit van zijn bestaan is tot een beklemming verworden:

“Kan hij concluderen dat normaliteit het vermogen van de mens is om afgericht te worden? Om de wildheid op te geven en getemd te worden? Zich laten africhten heeft hij zeker en nooit – uiteraard nooit – heeft hij geprobeerd om uit te breken, omdat uitbreken zijns inziens belachelijk, gênant en onmogelijk is.”
In introspectieve passages als deze verwoordt Theunissen het merkwaardige gevoel van onbehagen dat deze man beheerst. Het blijft echter niet bij zulke overpeinzingen: in het tweede deel van de roman ‘breekt’ Horacio toch daadwerkelijk uit zijn burgelijke, vertrouwde cocon. Hij verlaat zijn gezin en gaat reizen, van zijn woonplaats Tübingen via Parijs naar Patagonië.

De roman wordt vanaf hier een soort road movie die Horacio en de lezer meevoert naar een onbekende bestemming. Zonder enige compassie, eerder ironisch, registreert Theunissen Horacio’s doelloze vluchtgedrag. Rationeel valt het niet te begrijpen: hij maakt zijn gezin kapot en leeft enkel nog naar het einde van zijn spaargeld toe. Het levert een even intens als bevreemdend portret op van deze moderne mens.

Labels: , ,

woensdag 11 november 2009

AKO voor Mortiers Godenslaap

Erwin Mortier heeft gisteren de AKO Literatuurprijs in ontvangst mogen nemen voor zijn grootse oorlogsroman Godenslaap. Zoals ik in juli al op dit weblog schreef, tast Mortier hierin de grenzen van het vertelbare af: hoe kan zo'n onafzienbare gebeurtenis als de Eerste Wereldoorlog literair verbeeld worden? De vertelster, Helena Dumont, dient ervoor door te dringen tot de diepste aardlagen van Flanders' Fields en onze taal.

Een terechte bekroning voor een van de meest onverschrokken chroniqueurs van Belgiës woelige geschiedenis!

Labels: , ,

dinsdag 10 november 2009

Taalorigami

Ruth Lasters, Vouwplannen (Meulenhoff/Manteau, 2007).

Zondag 15 november a.s. is Ruth Lasters een van de centrale gasten in Het Penhuis (Kortrijk). "Woorden moeten niet later iets willen worden", lezen we in Vouwplannen. Evenmin als kinderen een welbepaalde toekomst voor zich zouden moeten zien blijven woorden het beste dromen, zonder vaste betekenis of bestemming. Deze opvatting is typerend voor het taalgebruik in alle 39 gedichten uit Lasters' debuutbundel.

Het gaat de dichteres vooreerst om de taal zelf, de vorm en klank van de woorden, en wat deze vermogen op te roepen, en niet zozeer om een definitief begrip ervan dat slechts beperkend werkt:

Ga voor een winkelrek met garen staan en beeld je in
het grijze is: alles wat je ooit gezegd hebt en gehoord, borduurbaar op het netvlies van
wie ook je wil dwingen tot te werkelijk begrijpen.
Het afwikkelen van de 'garen' waaruit de taal bestaat moet, anders dan de draad van Ariadne, de dichteres niet de weg uit het labyrint. In overeenstemming met titels als 'Doorgang', 'Scheur' en 'Trap' verschaffen woorden haar integendeel telkens weer nieuwe sluiproutes en kronkelpaden. Zo leidt ze de lezer naar nog onbetreden imaginaire plaatsen, bijvoorbeeld naar die kamer die "voor mens ergens [zou] moeten groeien: één millimeter nieuwe ruimte / als rente voor elk waardevol voorbij moment."

Niet alleen de fragmentarische opbouw van de gedichten en de suggestieve weglatingen maar ook de originele, vaak wat absurde en toch altijd concrete beelden van Lasters nodigen de lezer ertoe uit geijkte denkpatronen los te laten: appels worden opeengestapeld in het lichaam van de geliefde, een traptrede fungeert als spatiebalk annex springplank, er zijn badkamers met kunstgras tussen de tegels enz. In deze bundel kan het allemaal omdat de spreker wil geloven in de vouwbaarheid van taal en werkelijkheid: "onmogelijk / en mogelijk grenzen soms zo dicht aan mekaar, dat het slechts kwestie schijnt van even opnieuw / onderhandelen." En wie hier schade van mocht ondervinden weet waarheen hij of zij zich moet wenden, want "Mogelijke gevolgen zijn volstrekt verhaalbaar op / de dichter."

Labels: , ,