Streuvels en de avant-garde
Terugblikkend op zijn leven vertelt Stijn Streuvels (1871-1969), in Ingoyghem, hoe hij in de loop van de jaren twintig de opkomst van een geheel nieuwe kunst begon waar te nemen. Dit was hem met name opgevallen tijdens het banket ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig jubileum van het literaire tijdschrift Van nu en straks, toen de rede van de bedaagde voorman August Vermeylen onthaald werd op gefluit van een groep jonge snaken. De dynamiek en vormvernieuwing van schrijvers als Paul Van Ostaijen deden Streuvels beseffen dat de volgende generatie, met een eigentijdse kijk op de dingen, was opgestaan. Het is merkwaardig om deze beruchte episode uit de literatuurgeschiedenis over het aantreden van de avant-gardes verteld te zien vanuit het standpunt der 'ouderen'. Veel bekender zijn immers de versies van de avant-gardistische kunstenaars zelf, doorspekt met de beeldenstormersretoriek van adolescenten die het helemaal anders willen aanpakken dan hun ouwelui.
Overigens lijkt Streuvels' kennismaking met deze esthetische revolutie na 1920 best laat te komen. Of is hij, schrijvend aan zijn memoires in de vroege jaren vijftig, eerder door hem opgemerkte voortekenen vergeten te vermelden? Per slot van rekening vervaardigden Picasso en Braque reeds in 1907 kubistische schilderijen, verklaarde het eerste futuristische manifest uit 1909 al dat alle musea het beste meteen met de grond gelijk gemaakt konden worden en dateerde de voor de beau monde zo shockerende Le sacre du printemps waarin een maagd zich in een orgiastisch lenteritueel dood danst van 1913. Of dit Streuvels allemaal ontgaan is valt te betwijfelen.
Anderzijds klopt het wel dat deze avant-gardistische ideeën pas na WO I in Nederland en Vlaanderen werkelijk ingang vonden, en dan nog op vrij beperkte schaal. Dit zal ongetwijfeld meerdere oorzaken gehad hebben, maar voor Vlaanderen geldt vast en zeker dat de nog kleine culturele elite destijds erg behoudend van signatuur was. Thans een van de welvarendste regio's van Europa, ook qua opleidingsniveau, behoorde Vlaanderen toentertijd tot de achterlijkste van het continent. Dat durven we wel eens te vergeten. Het herlezen van de weinige verlichte geesten van toen, zoals Streuvels, kan ons geheugen wellicht helpen opfrissen.
Labels: Belgische literatuur, geschiedenis anders bekeken
In het post-Einsteinuniversum bestaat geen enkelvoudige kosmische tijd, maar is elk lichaam dat door een cyclus gaat een klok die zijn eigen tijd creëert. Het statuut van klok komt bijgevolg behalve onze planeet, ook iedere plant, dier of mens toe.
Naar het einde van zijn leven toe vatte Aldous Huxley (1894-1963) een warme belangstelling op voor geestesverruimende ervaringen. Zo nam hij ergens begin jaren vijftig, onder wetenschappelijk toezicht, mescaline in. De uitwerking daarvan heeft hij nauwkeurig opgetekend in The doors of perception (1954).
Onder deze titel vindt vanavond in
belichaamt voor Berman de moderne mens bij uitstek, de 'Developer' of projectontwikkelaar. Efficiënt, met kennis van zaken en grote managerskwaliteiten mobiliseert deze ingenieur avant la lettre duizenden arbeiders die de wereld naar zijn blauwdruk moeten omtoveren.
Behalve de passagier die onze blik op de oorsprong van het leven zou veranderen vervoerde het schip namelijk ook vier Vuurlanders, leden van de Yamani-stam, die enkele jaren voordien naar Engeland waren meegenomen om 'beschaafd' te worden. Gekerstend en wel werden ze nu door de Beagle terug thuis gebracht, opdat ze er voortaan het 'goede' voorbeeld konden stellen. Dit vergeten verhaal en ook het navrante vervolg ervan heeft de Brits-Argentijnse Sylvia Iparraguirre verwerkt tot haar boeiende historische roman Vuurland (De Geus, 2001).